22. Maanmannetje

Het liep al tegen de zomer. De warmte van de dag hing nog in Elsewientjes slaapkamer. De volle maan scheen zo fel dat Elsewientje niet kon slapen. Verderop in het dorp joelde een hond. Die zag de volle maan ook al. Zou die hond ook niet kunnen slapen, dacht Elsewientje. Na heel wat gedraai en gewoel, sprong ze uit haar bedje en keek uit het raam. De maan leek wel een hele grote witte voetbal. Ook leek de maan wel op een lamp uit de kamer waar zij met z’n allen altijd eten. Toen Elsewientje nog eens naar de maan keek, zag ze een gezichtje dat naar haar lachte. Een echt gezichtje. Ze geloofde het niet, maar het was echt zo. Ze spitste haar poezenoortjes, want misschien kon ze horen wat het gezichtje zei. Plotseling hoorde ze lachen en de wangetjes van het maanmannetje wipten vrolijk op en neer. Je kunt me niet verstaan, zei hij, ik sta veel te ver weg. Welles, zei ELsewientje, ik hoor je toch lachen. En meteen vroeg ze waarom hij zo vrolijk was. Het maanmannetje bulderde van het lachen... Ha, ha, ha, hah. Waarom, ik zo vrolijk ben? Kijk nou zelf eens uit je raam, hoe mooi de wereld wordt als ik met mijn spiegel naar jullie toe schijn.

Met je spiegel schijnen? vroeg Elsewientje, ik zie geen spiegel. Nee, riep het maanmannetje, daarvoor ben ik te ver weg. Maar met mijn spiegel vang ik het licht van de zon op en schijn dat s’nachts naar jullie. Dan ziet de wereld er nog mooier uit. Zelf de dieren zingen me dan toe. Luister maar naar de honden. Die zingen allemaal in koor, omdat het licht hen blij maakt. Nou, zei Elsewientje, berg je spiegel dan maar gauw op want ik wil nu slapen. Dan houden de honden ook op met zingen. Ok√© zei het maanmannetje. Ik doe nu toch ook de gordijnen dicht, er komen een paar flinke wolken. Die wolken gaan vast en zeker voor de spiegel staan, want ze vinden zichzelf zo mooi. Elsewientje zag een paar donkere wolken aankomen en plotseling was het niet meer zo licht in haar kamertje. Ook de honden hielden op met joelen. Zestapte weer in haar bedje en de koude voetjes werden weer snel warm, want het was immers bijna zomer.